Risicofactoren

Terug

Risicofactoren

Risicofactoren voor hart- en vaatziekten

Verschillende omstandigheden kunnen de kans op hart- en vaatziekten verhogen. Dit zijn zogenaamde risicofactoren. Veelal speelt een combinatie van factoren een rol. Soms is het zo dat risicofactoren elkaar versterken.

Leeftijd: De kans op hart- en vaatziekten neemt toe met de leeftijd.

Roken: Een sterke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Dit geldt voor alle vormen van roken met inbegrip van (filter-) sigaretten, sigaren en pijp. Het risico neemt toe met de hoeveelheid tabak die per dag gebruikt wordt en ook met het aantal jaren dat men rookt Stoffen (waaronder nicotine en teer) die in de rook zitten, komen via de longen in de bloedbaan terecht. In de wand van de slagaders versnellen deze stoffen het proces van plaquevorming, ook wel aderverkalking genoemd. Stoppen met roken verlaagt het risico op aderverkalking en de nare gevolgen daarvan zoals hartinfarct en beroerte. 

Erfelijkheid: Erfelijkheid kan een rol spelen bij het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten. Zo is het hebben van een 1e graads familielid (bijvoorbeeld vader of moeder) met een hartinfarct voor het 65e levensjaar een bekende risicofactor. Maar ook een verhoogd cholesterol is soms erfelijk bepaald. Als dergelijke erfelijke risicofactoren aanwezig zijn is het nog belangrijker om andere risicofactoren als bijvoorbeeld roken te vermijden.

Diabetes mellitus (suikerziekte): is een van de belangrijkste oorzaken van hart- en vaatziekten. Door een goede behandeling met dieet en medicijnen wordt het risico gunstig beïnvloed. Veel (oudere) mensen met suikerziekte hebben ook overgewicht. Door minder (vet) te eten, slaan deze mensen twee vliegen in een klap; de suikerspiegel verbeterd en door af te vallen neemt het risico nog meer af.

Verhoogd cholesterolgehalte (hypercholesterolemie): Cholesterol is een vetachtige stof die het lichaam nodig heeft als bouwstof voor lichaamscellen en hormonen. Zonder cholesterol kan het lichaam niet functioneren. Maar een teveel ervan is schadelijk. Het meeste cholesterol maakt het lichaam zelf in de lever; een klein gedeelte neemt het rechtstreeks op uit de voeding. Normaal gesproken maakt het lichaam precies voldoende cholesterol om goed te kunnen functioneren. Hoewel niet alle soorten cholesterol slecht zijn voor de gezondheid, is het belangrijk om op het cholesterolgehalte te letten.

Het cholesterol in het bloed raakt vooral verhoogd door dierlijk vet in de voeding. Het ene lichaam reageert echter sterker op vetten dan het andere. Hier speelt dus ook aanleg een rol. Belangrijk is een dieet dat weinig vet bevat, en als er vet gebruikt wordt, is het verstandig om plantaardig vet te gebruiken.

Zowel cholesterolarm eten als bewegen helpen bij het omlaag brengen van het cholesterol. Soms is medicatie nodig om het cholesterol omlaag te brengen, met name als er al sprake is van hart- en vaatziekten. Zo krijgen de meeste mensen die gedotterd zijn of na een hartinfarct een cholesterolverlager van hun arts.

Hoge bloeddruk (hypertensie): Als de bloeddruk geruime tijd te hoog is, kan dit ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid. Zo kan hoge bloeddruk leiden tot beschadiging van de vaatwand en het proces van verkalking van de bloedvaten van het hart of hersenen versnellen. Ook kan hoge bloeddruk leiden tot verslechtering van de nierfunctie of zelfs hartfalen veroorzaken. Ook bij hoge bloeddruk kan erfelijkheid een rol spelen. Bij hoge bloeddruk dient de zoutinname sterk beperkt te worden en is vaak medicatie nodig om de bloeddruk te verlagen.

Overgewicht: Ook bij overgewicht stijgt het risico op hart- en vaatziekten. Een belangrijk advies is gezond eten en meer bewegen. Een dagelijkse wandeling, wat vaker de trap nemen en regelmatig een uurtje sporten maakt al een verschil.

Stress of spanning: Een stressvol leven stelt hogere eisen aan het hart dan een leven met weinig stress.